dinsdag 18 oktober 2011

Het is hier geen wedstrijd!

Wat zei iemand ook al weer over wielrenners? Zet er twee bij elkaar op een fiets met een krom stuur en ze maken er een wedstrijd van. Ach, denk je dan bij jezelf, dat loopt allemaal wel los. Waarom zou je er toch telkens een wedstrijd van maken? Je kan toch ook wel gewoon lekker samen een stukje fietsen.
Maar als Rick zondagmorgen op het pad door de berm van de Enschedesestraat in Losser gas geeft is het alle hens aan dek. We rijden de veldtoertocht van Losser en hebben er net een paar kilometer opzitten. Tot  ging het er  netjes aan toe. Maar nu, op deze lange zwaarlopende strook, gaat de rem eraf. Rick versnelt en rijdt een hoog tempo, Erik (met een k) en Eric (met een c) vliegen er achter aan en ik volg als vierde. Daarachter rijden Henk en Matthijs. De Alter Egoploeg is op oorlogspad.
Mooie actiefoto van Eric (met een c dus)
Het pad kent twee sporen en het linker loopt beter dan het rechter. Links rijden nietsvermoedende toerrijders die zijn begonnen aan een lekker ritje op deze zonnige zondagmorgen. Rechts knalt de groenwitte brigade langs,  het schuim op de mond.
Er nadert een scherpe bocht naar rechts, waar het pad het bos indraait. Rick gaat als eerste, Erik volgt en daarna ik. Eric heeft losgelaten en ik ben hem gepasseerd. 'Het tempo lag mij te hoog. Dit hou ik nooit bij', zou hij later verklaren. De anderen zijn al verder op achterstand.
Het bospad kent een paar diepe kuilen waar water in staat. Sommige kan ik omzeilen, maar als er net een mountainbiker voorzichtig om een plas rijdt kies ik het water. Op hoop van zegen, want je weet nooit waar je in rijdt. Het gat kan diep zijn, er kan een steen in liggen, alles is mogelijk.
Maar het gaat goed. Ik ben er nog steeds bij. Het hart klopt in m'n keel van de inspanning en de risico's die ik neem. Dan zie ik plotseling Rick een vreemde beweging maken. Bij weer z'n grote modderkuil valt hij bijna naar links van zijn fiets. Erik stuurt er behendig langs. Het gaat zo snel dat ik niet precies kan zien wat er gebeurt. Maar ik hoor Rick een verwensing uiten. Hij roept dat hij aan de kant is gedrukt en dat het zo voor hem niet hoeft.
We houden even in omdat er wordt geroepen dat Rick lek is gereden. Dat blijkt niet het geval. Henk komt dichterbij en zegt: 'Doorrijden!'. Dat moet je Erik geen twee keer zeggen. Hij draait het gas weer open en neemt in volle snelheid een bocht naar links. Ik volg en hoor achter me iemand vallen. In een flits zie ik dat het Henk is. Die gaat anders nooit onderuit, maar kennelijk neemt hij ook alle risico's.
We zijn weg, het gat achter ons wordt steeds groter. Erik rijdt in het begin het grootste deel op kop en de snelheid ligt soms onwaarschijnlijk hoog. Mijn vluchtgezel neemt in de bochten alle risico's. Als een stier knalt hij met de handen in de handenvan zijn witte Red bull crosser door het bos. Als we toerrijders achterop komen wordt er niet gewacht maar passeren we ze onmiddellijk. En waar er op het pad geen ruimte is om in te halen, daar rijden we gewoon door het bos, het hoge gras of de diepe modder. Niets zal ons tegenhouden.
Na een tijdje kan ik overnemen en vervolgen we kop over kop onze weg. Wat is dit heerlijk, zo met z'n tweeën weg te rijden bij de rest. Soms zien we ze heel in de verte rijden. Ha, die mannen doen er alles aan om dichterbij te komen, maar dat gaat ze niet lukken. Wij zijn te goed, dat voel ik.
De kilometers vliegen voorbij en na een uur bereiken we de pauzeplaats. Ruim 29 kilometer in precies een uur! Maar het duurt niet heel lang voordat Rick arriveert. Anderhalve minuut, dat is niet veel. En daarna komen Matthijs en Henk aangereden. Alleen Eric is er niet. Zou hij lek gereden zijn? Maar dat blijkt niet het geval. Na een minuut of vijf komt hij binnen. Het ging hem te hard.
Ik drink twee bekertjes thee en eet een roomboterstolletje met spijs. Mijn favoriete pauzevoeding. Daar zitten veel suikers in en het vult ook nog goed. Ik voel me sterk maar neem me toch voor
 de resterende 25 kilometer wat rustiger aan te doen. Het is mooi geweest...
We vertrekken als complete groep en ik nestel me op de derde plek. Erik rijdt op kop, daarachter rijdt Henk, dan kom ik. We hebben een stevig tempo, halen veel mountainbikers in. Op onze crossers zijn we veel sneller. Sommigen roepen ons na. 'Daar heb je die snelle jongens van Alter Ego ook weer'. Ach, je hoort de afgunst in hun stemmen.
We naderen de Tankenberg en draaien het pad op langs de boerderij. Daar staat een boom gevaarlijk in een bocht, maar die ken ik. Geen probleem. Het begint hier iets op te lopen en ik zie dat Henk een gaatje laat vallen achter Erik. Dat kan ik niet laten gebeuren. Weg zijn alle mooie voornemens om een beetje rustig aan te doen. In één snelle beweging passeer ik Henk.
Erik is inmiddels begonnen aan het steile deel van het bospad. Hij rijdt op zijn grote buitenblad, ik kies de 39. Dat gaat me goed af. We passeren enkele mountainbikers die op zo'n pielverzetje klimmen. Man, man, we zijn hier niet in de Alpen.
Voor ons doemt een wandelaarster op. Ai. Links rijdt een  groepje mountainbikers, rechts loopt die vrouw en ze gaat geen centimeter aan de kant. Erik glipt er niettemin tussendoor en ik besluit niet te wachten. Maar om de vrouw te waarschuwen roep ik een paar keer 'Pas op'. Dat blijkt slecht te vallen. 'Jij moet oppassen', bitst ze terug. De mountainbikers vinden het ook maar niks. 'Hé, het is geen wedstrijd!', hoor ik boos roepen.
Boven aangekomen zijn Erik en ik weer los, maar Rick volgt snel en de rest is gezien. We temperen onze snelheid. Het voorval met de wandelaarster zit me een beetje dwars. Wat zijn we nu eigenlijk aan het doen? Maar ja, waarom ging ze ook niet een beetje aan de kant? Ik wilde alleen maar waarschuwen.
Achteraf snap ik het ook wel. Loop je daar als argeloze wandelaar een beetje in het bos te genieten van de herfsttinten en komt er zo'n horde veldrijders voorbij. Die vervolgens ook nog niet netjes achter elkaar blijven maar elkaar proberen in te halen waar jij loopt. Zie je wel, die mountainbikers tonen geen enkel respect. Je kan ze niet eens ongelijk geven. We hadden daar achter elkaar moeten blijven, maar in het vuur van de strijd...
We knallen dus maar door, nu met z'n drieën. Wandelaars komen we niet meer tegen. Mountainbikers passeren we nog wel, maar tot bijna-botsingen komt het niet meer. Het klimmen gaat erik inmiddels moeizaam af. Rick trekt er op een zware strook nog eens flink aan en ik zie Erik kraken.  Teveel gegeven in het eerste stuk. Ha.
Maar we we besluiten het niet op de spits te drijven en zo komt Erik telkens terug. We bereiken in een slakkengangetje de finish en  ik ga als eerste onder de boog door. Vandaag heb ik gewonnen, mannen. Nou ja, een heel klein beetje dan.

De laatste kilometers. Rick rijdt op kop, ik zit daarachter en
verderop moet Erik alle zeilen bijzetten.

Geen opmerkingen: