dinsdag 23 augustus 2011

Dagboek van een WK-ganger (4)

M'n trainingen in Stavelot zitten er op en nog een kleine drie weken te gaan. Na Stavelot nog wel een paar keer op m'n gemak op de fiets gezeten, de benen zijn goed, maar de scherpte is nu een beetje weg. Een beetje een raar gevoel zo. Gelukkig gaan we morgen met een groepje 120 km fietsen. En als het droog blijft ga ik vanavond naar de baan in Oldenzaal. Een uurtje op snelheid rondjes rijden met de amateurs. Dat moet nu te doen zijn.
Ja die laatste drie weken, hoe kom ik die goed door? Volgens Henk moet ik nu niet meer op weerstand trainen, maar gaat het nu vooral nog om tempo-weerstand, snelheid dus. En daarbij mag ik nu ook in het rood rijden, dus tot het gaatje gaan. Morgen nog even niet, maar zondag wel. Dan gaan we weer met onze ploeg fietsen. Nou, m'n maten zullen er van lusten, ha,ha.
De Stockeu lijkt zo op de foto een helling van niks, maar
na 110 km koers ga  je er helemaal kapot. 
De trainingen in Stavelot waren zwaarder dan ik had verwacht. Dat kwam voor een deel door het  parcours, maar ook doordat Rick er een dag was om mij op sleeptouw te nemen. Hij rijdt iets harder bergop dan ik. Om hem bij te houden moet ik tot het uiterste gaan en dat lukte. Waar ik hem dit  voorjaar in Spanje nog telkens moest laten gaan als hij gas gaf, hield ik hem nu steeds binnen bereik.
Maar dat kostte wel wat. Pff. Ik heb een aantal keren minutenlang zwaar afgezien en op knappen gestaan. Dat is  het verschil tussen toerrijden en wielrennen. Een toerrijder komt normaal niet boven z'n omslagpunt, de steady state, waar het pijn doet, maar niet zoveel dat de lol er af gaat. Een wielrenner gaat dieper, boven z'n omslagpunt en dat voelt niet fijn.
Ik moest denken aan Peter Winnen die in zijn boek Van Santander tot Santander beschrijft hoe hij heeft geleden tijdens zijn twee overwinningen op Alpe d'Huez. Z'n hele lichaam deed zodanig zeer dat hij totaal geen plezier beleefde aan die historische prestaties. Heel Nederland stond te juichen, maar Winnen was fysiek en mentaal geradbraakt.
Maar ok, hier heb ik voor gekozen. Achteraf voelt het natuurlijk ook wel goed als je merkt dat er door specifieke trainingen vooruitgang is, dat je bezig bent grenzen te verleggen om een niveau te bereiken dat je nog niet eerder hebt gehaald. Ik ben inmiddels 56 en zit nu zo'n 25 jaar op de fiets, maar zo goed ben ik nog niet geweest. Dat kan niet, zou je zeggen en waarschijnlijk is het ook niet zo als ik het had kunnen meten. Dus moet ik af gaan op m'n gevoel en dat zegt dat ik nog nooit zo makkelijk heb gefietst.
Ik heb deze week proberen uit te leggen aan een verslaggeefster van de Twentsche Courant Tubantia dat het me daar ook om gaat. Dat fietsen voor mij een passie is en dat mijn doel is goed te rijden. Dat ik niet wil worden gezien als een wielrenner die bijzondere prestaties levert, want dan ken ik nog wel anderen. Maar dat ik een fanatieke liefhebber ben die enorm veel plezier kan beleven aan z'n hobby.
Ik hoop dat het me is gelukt dat over te brengen. Dat die trainingen, dat toewerken naar een optimale prestatie, de kick die dat geeft, dat dat  voor sporters zoals ik nog steeds mogelijk is.

Geen opmerkingen: