zondag 28 augustus 2011

Dagboek van een WK-ganger (5)

De puntjes op de i zetten. Daar gaat het deze laatste twee weken voor het WK om. De conditie is uitstekend, de kracht en de souplesse evenzeer, maar de wil om te winnen, daar schort het nog aan. Te graag wil ik nog mooi rijden om er vervolgens af gereden worden als de beuk er in gaat. Nou ja, dat doen we dan in Stavelot wel anders, denk ik. Maar helemaal gerust ben ik er niet op.
De trainingsrit die we deze zondagmorgen op het programma hadden was bedoeld als test voor de wedstrijd. Ons rondje Uelsen, zo’n 110 kilometers met een helling of twaalf, leende zich daar goed voor. Een mooie afstand en met de vele pittige klimmetjes ruim voldoende om je benen te testen in een competitie met anderen.
Rick aan de koffie.
Die anderen waren vooral Erik en Rick (sorry Henk, Jan en Matthijs). Erik rijdt dit jaar als elite amateur, dus dat is een serieuze wielrenner die enorm kan knallen. Rick is net als ik toerrijder en rijdt eveneens het WK. Afgelopen week deed hij mee aan het NK Militairen waar hij achttiende werd in het overall klassement. Een puike prestatie al kwam het niet als een verrassing. Hij traint veel en rijdt al een hele tijd beresterk.
Tja, en dan moet je je plaats kennen, René Schabos, maar zoals dat wel vaker gebeurt heb ik daar een pietsie moeite mee. Veel te veel en veel te hard op kop gereden het eerste half uur, want dat is zo heerlijk om te doen en de benen voelden zo goed…
Ik zal er niet zoveel over vertellen, maar ik moest Erik  en Rick een keer of vier op een helling laten gaan. Telkens als ik op kop reed demarreerden ze over me heen. Oneerlijk?  Ach zo gaat dat gewoon. Dom van mezelf kun je beter zeggen, want je weet dat het gebeurt. En ik maak alleen een kans als ik in het wiel mee kan tijdens zo’n versnelling. Niet als ze met hoge snelheid over me heen gaan.
Erik heeft ook wel eens een lekke band. Dat vinden we
meestal niet erg.
In Stavelot mag me dat niet gebeuren. Daar moet ik me zo lang mogelijk verstoppen, ook al vind het halve peloton me een klootzak omdat ik niet op kop rij en geen werk verzet voor de anderen. Sparen moet het devies zijn om mee te kunnen als de slag valt. Ik ben geen wedstrijdrenner, de concurrenten zijn geen fietsmaten van me en voor de camera hoef ik zeker niet te rijden. Het gaat uiteindelijk om de…
Als ik mezelf dit zo zie schrijven herken ik me even niet. Is dit de man die zich had voorgenomen voor z’n plezier te fietsen? Die wil genieten van dat WK? Nou, zo klinkt het bovenstaande niet. Dit lijkt meer op iemand die bereid is alles te doen om zo goed mogelijk te finishen.
Nou ja, misschien hoeft het een het ander niet uit te sluiten. Zo’n WK-deelname is een eenmalige gebeurtenis, een wedstrijd zoals ik die normaal nooit rij, en daar geniet ik denk ik het meest van als ik goed presteer. En dan is er maar één ding wat telt en dat is de uitslag. Zo, dat is gezegd. Ik weet wat me de komende twee weken te doen staat.

Geen opmerkingen: