Het bleek een misverstand. Erwin (zou hij het echt zijn?) mailde nog dezelfde dag terug. Hij deed me ook nog de groeten en wenste me veel succes. Een beetje opgelucht was ik wel. Verdorie, ik ben serieus aan het trainen en dan blijkt straks dat ik helemaal niet op de startlijst sta. Dat zou wat wezen.
De wedstrijd begint me langzaam toch steeds meer bezig te houden. Stel je eens voor dat ik in Stavelot met de besten in mijn categorie mee kan. Henk denkt dat ik bij de beste vijf kan rijden. Dan moet ik lachen, maar ondertussen...
![]() |
| Het Alter Egoteam in Zuid-Limburg |
De gevarieerde trainingen die Henk aandraagt beginnen hun vruchten af te werpen, zoveel is wel duidelijk. En het echte werk moet nog beginnen. Eerst nog anderhalve week in Twente fietsen (blokjes weerstand en tempo-weerstand, soms een tijdritje, veel extensieve duur op souplesse) en dan een week naar de Ardennen. Matthijs fietst de eerste drie dagen mee en daar heb ik een goede sparringpartner aan. Hij is op een korte helling erg sterk en ik ga proberen in zijn wiel te blijven. Op een lange klim ben ik in het voordeel. Ik ben bijna dertig jaar ouder maar ook ruim twintig kilo lichter.
Ik ben erg benieuwd naar het parcours. De meeste hellingen ken ik wel, maar ik weet niet hoe het is ze hard achter elkaar te rijden zoals in de wedstrijd. Dat wil ik dus ondervinden zodat ik weet waar de moeilijke passages zitten en hoe lang ze duren. Als je kapot zit kan het een groot voordeel zijn te weten hoe lang je nog moet volhouden.
De moeilijke kant van de Wanne (Côte de Spineux) en de Stockeu vormen de finale. De Wanne is een kreng, die heb ik vaak genoeg gedaan. De Stockeu heb ik nooit gereden, maar de grafiek zegt genoeg. We krijgen alleen de eerste kilometer voor de kiezen. En dat is klimmen met louter percentages tussen 11 en 15 procent. Kom ik daar nog tegenop als het al hard is gegaan op de Haute Levee en de Rosier? Wat voor verzet heb ik daar nodig? Een 26 of toch maar een 25, of zou het zelfs met de 23 kunnen? En kan ik de concurrentie daarmee aan?Soms stel ik me voor dat ik als eerste op de Stockeu boven kom en dan als een speer weer naar beneden rij, naar de finish in Stavelot. Met honderd meter voorsprong op de klim halen ze een vluchter volgens mij in de afdaling en op het kasseienstrookje in het stadje niet terug. Op die kasseien kun je trouwens niet met twee handen in de lucht juichen, vermoed ik. Dat wordt dus maar één arm omhoog.
Maar zulke gedachten laat ik snel maar weer varen. Er staan daar ongetwijfeld kleppers aan de start die weten wat het is 110 km lang diep te gaan. Afgetrainde wielrenners met enorme spierbundels en een ijzeren wil. Ach, wat zou het. Ik hou me bij de Olympische gedachte dat meedoen belangrijker is dan winnen. Maar ja, als...

Geen opmerkingen:
Een reactie posten