vrijdag 1 juli 2011

Hoe zou Jean Vertonghen er uit zien?

Door René Schabos 
Ik ga naar het WK! Ja, ja. De Wereldkampioenschappen 2011. Ik ben een WK-ganger. Wat klinkt dat mooi. Maar het is officieel. Vorige week kreeg ik een email van de voormalige wereldkampioen cyclecross Erwin Vervecken. Hij nodigde mij persoonlijk uit voor finale van de UCI World Cycling Tour op 11 september in Stavelot. De winnaar mag zich de nieuwe UCI wereldkampioen bij de Masters en amateurs noemen.
Nu is dit geen WK waar de besten ter wereld in een bepaalde sport onder elkaar uitmaken wie een jaar lang de titel, in het wielrennen de trui, mag dragen. Het is een WK voor cyclorenners. Wielertoeristen of recreanten zeggen ze in België ook wel, maar dat klinkt zo lullig al denken onze zuiderburen daar anders over. Die vinden iedereen die op een racefiets een bergske of twintig oprijdt een held.
Toevallig stond in de Twentsche Courant  Tubantia deze week een grote reportage over cyclosportieve wedstrijden. Die worden steeds populairder. Er stond dat er geen wielrenners aan mee doen, maar sporters die wielrennertje spélen. Doorgaans mensen van boven de dertig, zoals ik. Wielrenner ben je alleen als je nog geen dertig bent en aan echte wedstrijden meedoet, las ik.
Er zit wel wat in hoor. Ik speel ook wielrennertje. Ik heb mijn benen geschoren, maar heb geen licentie en al helemaal geen contract. Ik doe ook niet mee aan officiële wedstrijden. Die zijn me veel te zwaar. Ooit heb ik het een paar seizoenen als B-amateur en later als veteraan (40+) geprobeerd in de criteriums, de befaamde rondjes om de kerk. Ik zag af bij de beesten en maakte geen enkele kans zelfs maar bij de eerste twintig te komen. Uitrijden was al een hele prestatie. Was dat wielrennen? Ik vond van wel, maar een beetje goede amateur, laat staan een prof lacht er om.
Dan die cyclo's. De eerste reed ik een jaar of vijftien jaar geleden in België. De Jubaru in de Voerstreek was dat. Met een paar honderd man tegelijk van start en dan zo snel mogelijk 150 km afleggen. Na 50 kilometer had ik me zelf helemaal opgeblazen. Was veel te snel begonnen. Maar ja, nog lang niet snel genoeg, want de beste deelnemers, die vooraan mochten starten, heb ik niet eens gezien, zo hard gingen die.
Later heb ik wel meer cyclo's gereden en toen wist ik dat ik er niet voor moest gaan de strijd aan te binden met de jongens die bij de start vooraan staan. Dat zijn meestal redelijk goede amateurs en soms zelfs een verdwaalde prof. En tegenwoordig staan er cyclorenners die zich in dit type evenementen hebben gespecialiseerd.
Als gewone wielersterveling moet je je doelen anders stellen. Ga voor een zo goed mogelijke tijd en vergeet de rest, alle andere deelnemers op de eerste plaats. Rij niet tegen ze, maar rij met ze. Vaak heb je ook geen andere keus, want als na het eerste uur de schifting achter de rug is vind je je zelf terug in een groep die zo'n beetje van jouw niveau is. En als er geen lange hellingen in zitten en de wind een rol speelt dan blijf je daar ook in. Geen ontsnappen aan.
Zo verging het mij onlangs ook in de Granfondo Eddy Merkxs in de omgeving van Huy, een pittige cyclo over 175 km heuvelachtig terrein. Het eerste anderhalf uur viel er heel wat te klimmen. Aangezien ik daar redelijk goed in ben kon ik heel wat plaatsen opschuiven want ik was zo'n beetje als zeshonderdste gestart. Maar na die beginfase viel er urenlang weinig meer in te halen, tenzij we dat als groep deden.
Je fietst dus maar een beetje mee. Als 56-jarige tussen de meest veertigers niet te veel op kop natuurlijk. Een toertocht waar niet wordt gepraat en nauwelijks gelachen want je bent er om een wedstrijd te rijden. Ja, tegen jezelf.
Nou kun je nooit van jezelf winnen dus voel je niks als je over de finish gaat. Helemaal als die bovenop de Muur van Huy ligt. Ik weet wel dat ik die 1200 meter lange rotklim niet tegen anderen heb gereden. Ik ging er wel wat voorbij, maar anderen waren weer sneller dan ik. Wat deed het er ook toe. Zolang ik die finish maar haalde, dat was het enige dat telde. Uiteindelijk werd ik 330ste. Nou en wat dan nog?
Ik moest lachen toen ik een dag later hoorde dat ik me had gekwalificeerd voor het WK in Stavelot. Ik bleek achtste te zijn geworden in de leeftijdsgroep 55-59 jaar. Aangezien er maar 33 waren gefinisht en de eerste 25 procent van deze cyclo naar het WK mocht zat ik er net bij. De nummer 1 in mijn groep, de 57-jarige Jean Vertonghen uit Rotselaar was trouwens ruim een half uur sneller. Hij werd 71ste wat volgens mij een knappe prestatie was in een veld met vooral veel dertigers en veertigers.
Maar goed, ik had me dus gekwalificeerd. Ik moest me alleen even aanmelden á raison van 75 euro. De organisatie van zo'n evenement kost natuurlijk veel geld, ja, ja.. Ik hoefde er niet lang over na te denken, want het begon meteen te kriebelen. De wedstrijd is maar 110 km lang en gaat over enkele zware, maar bekende hellingen uit Luik-Bastenaken-Luik. Dat leek me wel wat.
Tja, en dan begint het. Ik wil daar als het even kan toch wel een wedstrijd rijden en geen veredelde toertocht. Misschien lukt dat. In Stavelot start elke leeftijdscategorie apart. Je hoeft dus niet tegen jongeren op te boksen, maar kunt ook niet van ze profiteren. Dat kan een eerlijke wedstrijd ten goede komen.
Het is wel een selectief parcours. Als de krachtsverschillen groot zijn rijden de besten de rest er al op de eerste helling af. Om op alle zes hellingen bij te blijven zul je goed moeten zijn, heel goed. Want misschien is Jean Vertonghen er ook. Hoe zou die er trouwens uit zien? Groot en sterk of juist klein en pezig?
Dus ben ik maar begonnen met trainen. En heb ik al een concept voor een schema gemaakt. Het duurt immers nog zo'n twaalf weken en dan moet je de trainingen goed verdelen. Op 11 september wil ik pieken als het even kan. Om in topvorm te zijn las ik een paar trainingsweekeinden in en een trainingsweek.Het liefst in heuvelachtig terrein, de Ardennen, de Vogezen of misschien wel de Alpen. De laatste twee weken doe ik rustig aan om de krachten in me op te laten komen en de vorm aan te scherpen.
En dan??? In de kopgroep mee de Stockeu oprijden, de laatste klim voor de finish en daar de strijd aangaan?? Als eerste boven komen en dan solo de laatste 1500 meter naar beneden razen naar de eindstreep op de kasseien in Stavelot? De trui krijgen.... Het zou wat zijn, maar waarschijnlijk is het niet. Jean Vertonghen, hè. En nog wat van die mannen.
Toch ga ik er voor trainen, zo goed als binnen mijn vermogens ligt. En verder neem  ik me voor dat meedoen belangrijker is dan winnen. Dat is de Olympische gedachte, maar die geldt voor mij ook voor dit WK. Waaraan ik dus mee doe. Wat wil ik nog meer.

Geen opmerkingen: